zaterdag 18 november 2017

Happiness Is A Warm Gun: hoe John Lennon van vier liedjes een geheel maakte

Langzaam maar zeker laten we het Sgt. Pepper-jubeljaar achter ons en kijken we vooruit naar 2018. Het jaar waarin het album The Beatles, beter gezegd The White Album, 50 jaar wordt. De dubbelelpee die The Beatles in het najaar van 1968 uitbrachten is, in tegenstelling tot z'n serene hoes, een bonte verzameling nummers. Lieve, agressieve, dromerige, experimentele, grappige en ook hele knappe nummers. Een uitgesproken knappe compositie op The White Album vind ik Happiness Is A Warm Gun. Intuïtief, fantasierijk en origineel. In nog geen drie minuten neemt John Lennon je als zijn luisteraar mee door een landschap dat je nog nooit gezien (of beter: gehoord) hebt.


Eerst nog even luisteren
Graag zou ik nu even het origineel hier willen invoegen, in een YouTube-filmpje, want eigenlijk moet je het eerst nog 'ns luisteren voordat je verder leest. Het probleem met YouTube is, dat alle originele Beatlesopnames daar grotendeels worden weggehaald. Hopelijk heb je Spotify, zodat je deze link kunt openen. Lukt dat, luister dan eerst nog eens naar Happiness Is A Warm Gun voordat je verder leest. 

John Lennon in 1966 in de film How I Won The War

Vier losse liedjes in één nummer
Happiness Is A Warm Gun bestaat uit vier losse muzikale ideeën waar John mee rondliep in '68. Al die kleine stukjes hadden elk een nummer op zichzelf kunnen worden, maar Lennon plakte ze op een wonderlijke manier aan elkaar en smeedde er één song van. Net wanneer je aan het ene thema gewend bent, draait het nummer 180 graden en stap je als het ware een nieuwe kamer binnen. Vier sferen in 2 minuut 44. Het is allemaal zo compact en het gaat zo snel dat je het amper bij kunt benen. In maart van dat jaar was een 13-minuten durende song verschenen van The Incredible String Band. Het nummer, getiteld A Very Cellular Song, was een aaneenschakeling van thema's en sferen, losse componenten die samen een verhaal vertelden vanuit het perspectief van een piepkleine amoebe! Inderdaad, deze mix van folk en psychedelica ontstond volgens componist Mike Heron, terwijl hij aan het trippen was. Het is mogelijk dat het John Lennon op een idee bracht zijn eigen thema's aan elkaar te plakken om er een geheel van te maken. [filmpje]





Een wapenmagazine en een stripboekje
In de EMI Studio's aan Abbey Road, lag in die dagen een tijdschrift, getiteld The American Rifleman. Een Amerikaans magazine voor wapenliefhebbers en -bezitters. Het was de editie van mei 1968. Je vraagt je af hoe zoiets plats in een Londense opnamestudio terecht komt. Wie het weet, mag het zeggen. John Lennon las alles dat los en vast zat en zijn oog viel op een artikel met de titel Happiness Is A Warm Gun. hij vond de titel uiteraard intrigerend en idioot. A Warm Gun, alsof je net iemand neer hebt geschoten, aldus Lennon. Hij besloot de zin te verwerken in één van die losse thema's die hij zou gebruiken voor het nummer. De titel van het tijdschriftartikel was trouwens weer een parodie op een boektitel uit 1962: Happiness Is A Warm Puppy, van de bekende Snoopy-tekenaar Charles M. Schultz.





Als we de vier thema's van Happiness Is A Warm Gun nader bekijken, dan kunnen we ze als volgt onderscheiden:


Deel 1: She's not a girl who misses much
De openingszin van het nummer verwijst naar een veelgebruikte Liverpoolse uitdrukking waarmee men refereert aan een knappe vrouw. Het eerste deel kenmerkt zich door een folk-achtige feel, met een tokkelende elektrische gitaar, in dezelfde stijl als we John dat jaar horen spelen in Julia en Dear Prudence. In onderstaand [filmpje] horen we een demoversie van dat eerste deel:



In de daar op volgende zinnen verwerkten John en Derek Taylor, van de PR-afdeling van The Beatles, herinneringen. Zo zag Taylor in zijn woning in Los Angeles eens een lizard on a window pane, ontmoette hij op het Isle of Man een man die hem vertelde dat hij kickte op het dragen van Moleskin-handschoenen. Dat werd de referentie naar the touch of a velvet hand. De meest hilarische verwijzing is die naar the man in the crowd with the multicoloured mirrors on his hobnail boots. Hoe komt een mens er op? Maar ook deze man bestond: het was een Manchester voetbalfan die gearresteerd werd omdat hij spiegeltjes op zijn schoeisel had gemonteerd waarmee hij onder de rokken van de dames kon kijken. Een krantenartikel vormde weer eens de inspiratie voor een zin in een Beatlesnummer. 


Derek Taylor dacht mee


Deel 2: I need a fix cause I'm going down
De maatsoort verandert naar 6/8e als we terechtkomen in het tweede deel van het liedje. Wie om a fix vraagt, refereert duidelijk aan drugs. Het ligt ook voor de hand dat Lennon dat hier deed. Velen zagen in de songtitel A Warm Gun ook een link naar een heroïnenaald en het nemen van een shot. Het is altijd ontkend door John, al worstelde hij wel een periode met een heroïneverslaving. Dat was volgens mij wat later dan 1968. Volgens John zat de dubbelzinnigheid vooral in seksuele verwijzingen, aan het begin van zijn relatie met Yoko Ono. Het korte 6/8e thema vormt een bruggetje naar het volgende onderdeel van Happiness.


Deel 3: Mother Superior jump the gun
Het tempo en de maatsoort veranderen opnieuw en hier brengt John Yoko Ono ten tonele. Het paar was in die periode net samen en John was geobsedeerd door zijn nieuwe vriendin. Hij noemde haar vaak Mother of Mother Superior. Ritmisch gebeurt er van alles in dit stukje van het liedje. We weten dat John vaak intuïtief omsprong met maatsoorten en ritmes. Onlangs schreef ik daar nog een blogje over. 

John en Yoko, onafscheidelijk in 1968

Deel 4: Happiness Is A Warm Gun (refrein)
In het laatste deel van het nummer komt John met een thema op de proppen dat we als het refrein kunnen beschouwen. Simpelweg omdat daar de titel van het nummer in bezongen wordt. Na de gekke wisselingen, lijkt hier een soort eenvoud te ontstaan, met een doowop-achtig thema, waar we een vraag- en antwoordspelletje horen met de achtergrondzang (bang bang-shoot shoot), maar schijn bedriegt. Het is juist deze plek waar The Beatles de polymeter-techniek toepassen . Bekijk en beluister het [filmpje] waaruit duidelijk wordt, dat we hier eigenlijk twee ritmes door elkaar horen:




Een Beatles-favoriet
Happiness Is A Warm Gun is één van de weinige liedjes op The White Album waar The Beatles echt als band aan werkten. McCartney en Harrison vonden het nummer geweldig. De song inspireerde veel artiesten. Zo verschenen er covers door onder andere Tori Amos, U2 en The Breeders. Het origineel blijft boeien. Luister alleen al naar de vocale prestatie die Lennon levert. En dat allemaal in 2 minuut 44. 

zaterdag 11 november 2017

Van Albatross naar Sun King: Fleetwood Mac en The Beatles

Natuurlijk is het fantastisch om te kunnen concluderen dat The Beatles met hun repertoire van grote invloed zijn geweest op andere bands. Toch was er andersom ook zeker sprake van beïnvloeding. Het is algemeen bekend hoe artiesten als Elvis, Chuck Berry en Little Richard The Beatles als jonge jongens inspireerden. En ook hoe de Fab 4 gegrepen werden door de sound van Motown. Hoe de eerste platen van Bob Dylan The Beatles werkelijk betoverden. Hoe Ringo smulde van Countrymuziek en Paul de nostalgische jazz bijna met de paplepel kreeg ingegoten. Gooi daar de skiffle bij, de Indiase klanken die George Harrison grepen en je hebt alle ingrediënten voor een repertoire met een eindeloze levensduur. Liedjes die nooit vervelen.

22 augustus 1969: de allerlaatste fotosessie

Mooi en dromerig
Vandaag wil ik iets schrijven over een wat minder voor de hand liggende band die The Beatles wel degelijk inspireerde: Fleetwood Mac. En dan heb ik het niet over de periode waarin deze bijzondere band met Lindsey Buckingham, Stevie Nicks en Christine McVie hit na hit scoorde. Ik heb het over de oude Fleetwood Mac, die voortkwam uit de Londense bluesscène in de tweede helft van de jaren '60. Bluesliefhebbers koesteren nog steeds hits als Oh Well, Black Magic Woman en Albatross. Onlangs hoorde ik een coverband die het brede repertoire van Fleetwood Mac live speelde. Bij het instrumentale Albatross viel me weer eens op hoe mooi en dromerig de gitaren en de percussie met elkaar mengen. Hoe bijzonder de sound van dat nummer is.


Instrumentale nummers uit de jaren '50
Over Albatross las ik dat componist Peter Green geïnspireerd werd door het instrumentale Deep Feeling (1957) van Chuck Berry en het eveneens zangloze Sleep Walk van Santo & Johnny uit 1959. Het is inderdaad overduidelijk. Albatross verscheen in november 1968 en bereikte de bovenste plek van de Britse hitparade: [filmpje]




Laten we Fleetwood Mac naspelen
Van Albatross is het inderdaad een kleine stap naar het nummer Sun King, dat in 1969 op het Beatles-album Abbey Road verscheen. Sun King werd voornamelijk geschreven door John Lennon, die Albatross zeker op de radio moet hebben gehoord. George Harrison was er zelfs heel duidelijk over:

At the time, Albatross was out, with all the reverb on guitar. So we said: 'Let's be Fleetwood Mac doing Albatross, just to get going.' It never really sounded like Fleetwood Mac....but that was the point of origin.

Het is opmerkelijk dat Harrison vertelde hoe de sound van Sun King tot stand kwam, maar daarbij aangaf dat hij het resultaat niet naar Fleetwood Mac vond klinken. Velen denken daar ongetwijfeld anders over. 

De Abbey Road-sessies

Snippers Spaans en wat Liverpoolse humor
The Beatles werkten in de laatste week van juli '69 aan Sun King dat eerst nog Here Comes The Sun King heette. De titel werd verkort, om verwarring met dat andere mooie nummer te voorkomen. Voor Sun King bedachten de Fab 4 een onzin-tekst met snippers Spaans die ze nog uit hun schooltijd kenden. Al snel werden zinnen als Quando paramucho mi amore de felice corazon en onzin als 
Mundo paparazzi mi amore chica ferdy parasol bedacht en opgeschreven. Een vleugje Liverpoolse humor mocht daarbij niet ontbreken: Chicka Ferdy is een, betekenisloze, Liverpoolse uitdrukking. Iets dat kinderen tegen elkaar zeggen als ze elkaar na-na-na-na-na-uitjouwen. Lennon vertelde er later zelf over: [filmpje]




Biografie over de Zonnekoning
Er waren 35 takes nodig om de basis van dit korte liedje goed neer te zetten. Het geeft maar weer eens aan hoe gedreven The Beatles aan het Abbey Road-album werkten. Op 25 en 29 juli werden de complexe harmonieën ingezongen en piano, het Lowry orgel en extra percussie toegevoegd. Het resultaat is een droom. Lennon vertelde ooit in een interview dat hij het nummer ook letterlijk gedroomd had, net zoiets als McCartney overkwam met Yesterday. De titel ontleende hij aan de in 1966 verschenen biografie over Zonnekoning Lodewijk XIV, geschreven door Nancy Mitford. Het is niet ondenkbaar Lennon, die extreem veel las, dat boek op zijn nachtkastje had liggen.


Op YouTube vond ik een versie van Sun King waarbij de vocalen naar voren zijn gehaald. Een even adembenemend als passend fragment om dit verhaal mee te besluiten: [filmpje]





zaterdag 4 november 2017

Welke relatie hadden The Beatles zelf nog met Liverpool?

Vorige week haalde ik herinneringen op aan mijn bezoek aan Liverpool, twee jaar geleden. Daarbij kwam een andere vraag op: welke relatie hadden The Beatles zelf nog met hun geboorteplek, nadat ze er lang en breed vertrokken waren? Kwamen ze er nog wel eens? Wat deden ze er dan? Zetten ze zich nog in voor de stad waar ze het levenslicht zagen? En wanneer waren ze er, in het geval van John en George, voor het laatst? Ik besloot op zoek te gaan naar antwoorden.

The Beatles in het Liverpoolse havengebied, september 1962


Van een hotel naar een gezamenlijke flat
Toen The Beatles langzaam maar zeker landelijk begonnen door te breken, werd het steeds lastiger om vanuit het verre Liverpool verder te bouwen aan hun carrière. Fotosessies, opnames, tv-optredens....het speelde zich allemaal in af in Londen, de stad die zo'n 350 kilometer verderop lag. In die eerste fase werd er heel wat gependeld tussen beide steden. Zowel met de auto als met het vliegtuig. Liverpool beschikte immers over Speke Airport, tegenwoordig John Lennon Airport genaamd. Toch was het onontkoombaar om op een gegeven moment naar Londen te verhuizen. Manager Brian Epstein parkeerde de groep in de zomer van 1963 eerst in het President Hotel aan het Londense Russel Square. Van daaruit zocht hij verder naar een geschikte uitvalsbasis voor John, Paul, George en Ringo. Dat werd een appartement op de vierde verdieping van een complex aan 57 Green Street, in de centraal gelegen wijk Mayfair.

9 oktober 1963: gezamenlijk ontbijt in de flat in Green Street, op Johns 23ste verjaardag

Liverpool leek midden jaren '60 ver weg
The Beatles woonden maar kort samen in die flat. Ze zaten er in de herfst van 1963 een paar weken. John Lennon had al een vrouw en kind in Liverpool en toen Cynthia en Julian ook naar Londen verhuisden, betrokken de Lennons hun eigen appartement. Paul kreeg al snel een hekel aan het Beatles-flatje en verhuisde naar het ouderlijk huis van zijn vriendin Jane Asher. George en Ringo bleven aanvankelijk achter, maar verkasten korte tijd later samen naar een apartment in Knightsbridge, in de buurt bij het prestigieuze Harrods. Van daaruit kochten ze elk een huis in Surrey, op het platteland bij Londen. Ook John zette enige tijd later deze stap met zijn jonge gezin. Paul bleef als enige in Londen wonen en kocht een herenhuis in de buurt bij de EMI-studio's. En Liverpool? De stad leek vanaf midden jaren '60 inmiddels ver weg voor The Beatles, maar was dat ook echt zo?


Terug naar Liverpool
De eerste keer dat The Beatles echt publiekelijk als band terugkeerden naar hun thuisstad, was op 10 juli 1964 voor de noordelijke première van A Hard Day's Night. De groep werd op Speke Airport begroet door 3000 fans en in een colonne door de straten van hun eigen stad gereden. Er stonden 200.000 mensen langs de kant. Na een diner, het bijwonen van de film en een aantal andere verplichtingen vloog de band 's avonds terug naar Londen. Er zijn nog prachtige beelden van deze dag: [filmpje]




Ik vroeg me af hoe de Fab 4 daarna hun band met Liverpool onderhielden.


John had kort voor zijn dood plannen om terug te keren
John Lennon keerde niet vaak terug naar zijn thuisstad. Zijn moeder was hij immers op jonge leeftijd verloren en met zijn vader had hij nauwelijks contact. Wat John aan Liverpool zou moeten binden was zijn tante Mimi. In 1965 kocht hij echter voor haar een huis in Dorset, zodat ze op haar oude dag van het mildere Zuid-Engelse klimaat kon genieten. Op die plek bezocht hij haar af en toe. De laatste keer dat John in Liverpool was, is trouwens wel goed gedocumenteerd. Op 26 juni 1969 reed hij vanuit Londen met Yoko, Julian en Yoko's dochtertje Kyoko nog één keer naar het noorden, om zijn nieuwe gezin kennis te laten maken met zijn Liverpoolse familie. Ik schreef onlangs een blogje over deze wat vreemde trip van de Lennons. Na zijn vertrek naar New York, begin jaren '70, zette John nooit meer voet aan wal op Engelse bodem. Wel vergeleek hij New York altijd met hem zo geliefde Liverpool: een stoere stad aan het water. Het verlangen om voor familiebezoek terug te keren naar Engeland, was er wel degelijk. Eind jaren '70 werd Lennon niet langer geplaagd door zijn immigratieproblemen en kon hij de VS veilig verlaten, wetend dat hij er ook weer terug kon keren. John hield intensief telefonisch contact met zijn tante Mimi en halfzusje Julia. Er waren zelfs plannen om elkaar begin 1981 in Engeland te zien. John zou gezegd hebben dat hij daar enorm naar uitkeek. Zo ver kwam het nooit.

John met Julian op bezoek bij Mimi aan de Engelse zuidkust, 1967


Voor Paul McCartney is Liverpool nooit ver weg
Van alle vier de Beatles lijkt Paul altijd de meest intensieve en relaxte relatie met zijn thuisstad te hebben onderhouden. Hij kwam regelmatig op bezoek bij zijn vader, voor wie hij een groter huis aan de overzijde van de Mersey kocht. Ook onderhield hij contact met broer Michael die tot op de dag van vandaag nog in Liverpool woont. Paul keerde er terug voor concerten en componeerde het klassiek getinte Liverpool Oratorio dat begin jaren '90 in de grote kathedraal in Liverpool in première ging. Een paar jaar later bekostigde hij de bouw en exploitatie van het Liverpool Institute of Performing Arts, gevestigd in zijn oude middelbare school. Paul komt nog altijd een paar keer per jaar naar deze muziek-, dans- en acteeropleiding om masterclasses te geven en diploma's uit te reiken. Nog altijd kun je Paul in de straten van Liverpool tegenkomen. Bewoners van Forthlin Road, waar het oude familiehuis van de McCartneys dagelijks door heel wat toeristen wordt bezocht, weten te vertellen dat er af en toe een grote auto door de straat rijdt, waarvan de raampjes naar beneden gaan voor een praatje. Als dank voor het doorstaan van de inmiddels jarenlange dagelijkse overlast, gaf Paul de hele straat een paar jaar geleden kaartjes voor één van zijn Liverpoolse concerten.

Paul met zijn laatste versie van Wings, eind jaren '70 in Liverpool


Ringo Starr schopte tegen wat scouse schenen
Ringo's relatie met Liverpool is altijd een lastige geweest. Anders dan je misschien zou verwachten. Begin jaren '90 werkte hij mee aan een televisiespecial over Liverpool, ter ere van zijn 52ste verjaardag. Heel inspirerend was dat allemaal niet. [filmpje]



Een aantal jaren later haalde hij de woede van een aantal inwoners op de hals door in een interview te vertellen dat er eigenlijk vrij weinig was dat hij nog aan Liverpool miste. In 2008, toen hij aanwezig was bij de festiviteiten rond Liverpool als culturele hoofdstad van Europa, nam hij die woorden terug. Door de jaren heen verwees Ringo met op albums regelmatig naar zijn geboortestad. Op de hoes van zijn eerste soloalbum poseerde hij voor zijn oude buurtpub en in 2008 bracht hij het album Liverpool 8 uit, verwijzend naar Toxteth, het district waar hij ter wereld kwam. Het huisje, aan 9 Madryn staat er nog steeds. Leeg, vervallen en al jarenlang aanwezig op een gemeentelijke lijst met slooppanden. Actievoerders proberen het pand te behouden of ergens anders opnieuw op te laten bouwen. Dat laatste vindt Ringo, zo verklaarde hij onlangs, enorme onzin. Liverpool lijkt voor de Beatles-drummer inmiddels verworden tot een plek in zijn herinneringen, zonder dat hij nog veel binding voelt met de stad anno nu.


George verraste zijn ouders regelmatig met een privébezoekje in Liverpool.
Hij kocht een bungalow voor ze, buiten de stad.

George hield zijn relatie met Liverpool liever privé
Van George Harrison weten we dat hij zijn ouders in de jaren '60 graag verraste met bezoekjes. Nadat hij zijn zo geliefde moeder in 1970 verloor, zullen de bezoeken aan Liverpool zijn afgenomen, want Harrison haalde zowel zijn vader als zijn broers naar zijn landgoed bij Londen. Om iets terug te doen voor zijn geboortestad schonk hij een groot bedrag voor de restauratie van het Palm House in Sefton Park. Op zijn uitdrukkelijke verzoek werd zijn donatie geheim gehouden. Het prachtige glazen bouwwerk werd in september 2001, twee maanden voor het overlijden van George, heropend.

Sefton Park Palm House

George hield zijn jarenlange band met Liverpool altijd privé. Inwoners hebben hem kort voor zijn dood nog door de binnenstad zien lopen. Het meest ontroerende verhaal komt van een local, die George en zoon Dhani samen in een auto zag zitten, zo vertelde hij de Liverpool Echo. Het stel stond geparkeerd voor het piepkleine huisje aan 12 Arnold Grove, de plek waar George opgroeide. Vader en zoon waren geëmotioneerd. Het had alles van een afscheid.

zaterdag 28 oktober 2017

Let me take you down: herinneringen aan Liverpool

Niet te geloven: deze week is het alweer twee jaar geleden dat ik Liverpool bezocht. Een lang gekoesterde wens kwam daarmee uit. Iets dat ik altijd al eens wilde doen, maar dat er nooit van kwam. In de zomer van 2015 dacht ik: nu ga ik er gewoon voor zitten, tickets en een hotel boeken, uitzoeken welke excursies er mogelijk zijn. En zo geschiedde. Aanleiding om eind oktober 2015 te gaan, was mijn veertigste verjaardag, op de dertigste.


Prachtige bomenlinten
De afgelopen weken heb ik hier in Nederland weer extra vaak aan dat lange weekend teruggedracht. Mijn herinneringen kwamen weer boven door de Hollandse herfst. Liverpool in de herfst is haast nog uitbundiger qua kleuren dan de sfeer in ons kikkerlandje. Het was er uitzonderlijk warm, die eerste dagen van ons bezoek. Zo warm, dat je regelmatig je jas losknoopte of uittrok. De lange lanen in de stad waren versierd met prachtige bomenlinten in alle kleurschakeringen tussen groen en bruin. Niets grauwe Noord-Engelse havenstad. Ik zag een gemoedelijke, goed gerestaureerde en trotse stad, die floreert dankzij het Beatles- en voetbaltoerisme. Een stad die The Beatles en het voetbal tegelijkertijd ook niet nodig heeft om toeristen een lang weekend te plezieren. Parken, winkelcentra, gratis musea, een prachtig gerestaureerd havengebied, leuke eettentjes, culturele evenementen en zelfs een strand. Wie eens echt een originele bestemming zoekt, boekt een retourtje.

Instappen bij de FabFour-Taxi Tour (eigen foto)


Razendsnel van plek naar plek
Ga je wel op Beatles-bedevaart, dan kun je in vijf dagen Liverpool een boel doen. Bewust lieten we de Magical Mystery Tour-bus liggen, maar kozen we voor de FabFour-Taxi Tour. Niet alleen klonk de naam van het bedrijf als een klok, het was ook nog eens een top-ervaring om in een zwarte Engelse 'cab' razendsnel van plek naar plek in de stad te rijden. Daarbij hingen we aan de lippen van een goed ingevoerde chauffeur, die in het Scouse de ene na de andere anekdote oplepelde. Heel efficient pendelden we zo van Ringo's jeugdbuurtje naar de plek waar John en Paul elkaar ontmoetten, de graven van Eleanor Rigby en Father McKenzie, wandelden we over Penny Lane, stonden we aan de hekken van Strawberry Field en bekeken we de plekken waar de Beatles opgroeiden. Het leek of ik droomde. Alsof ik in de film stapte waar ik mijn hele leven al naar keek.


Strawberry Field voelde mysterieus
Strawberry Field voelde voor mij als een extra bijzondere plek. Misschien wel omdat het rode hek wat verscholen ligt, onder de donkere bomen aan een drukke doorgaande weg. Het heeft echt iets mysterieus. Wanneer je in de nis van de toegangspoort stapt, omarmt de plek je een beetje. Verder dan het hek kun je niet komen, maar al starend richting het achterliggende parkje, zie je de jonge John Lennon en zijn jeugdvrienden in bomen klimmen en tussen de struiken spelen. Er wordt gefluisterd dat Yoko Ono begin jaren '80 tijdens haar bezoek aan Liverpool hier in het geheim een deel van de as van John Lennon verstrooid heeft. Ik zou er niet raar van staan te kijken. Strawberry Field heeft iets heel bijzonders.



Welcome to Mendips
Indrukwekkend was het om een dag later met de National Trust (ruim van tevoren boeken!) de zogenaamde Childhood Homes van John Lennon en Paul McCartney te bezoeken. Dat heeft me echt geëmotioneerd. Met name het moment waarop de gids het tuinhek openzwaaide en de magische woorden "Welcome to Mendips" sprak. Ik heb er letterlijk een traantje weggepinkt, denkend aan de foto's van de jonge John Lennon, zittend met zijn moeder Julia in de tuin van Aunt Mimi. Dat verleden voelde dichterbij dan ooit. Via diezelfde tuin stapten we de keuken en de rest van het statige huis in. Zingen deden we in het voorportaal waar John en Paul met hun gitaren de eerste Beatleshits schreven, stil zitten deed ik op het bed in het slaapkamertje aan de voorzijde van het huis. De plek waar John moet hebben gedroomd van een leven in de muziek. 

De oude slaapkamer van John Lennon


De plek waar She Loves You werd geschreven
Anders was de sfeer in de eenvoudigere woning van de McCartneys. Een plek boordevol vrolijke verhalen, waar ik even neerstreek achter de (replica) gezinspiano om een paar maten van When I'm 64 te spelen. Precies op de plek waar het nummer geschreven was. Of staand in het jaren '50 keukentje waar de ene na de andere ketel water op het vuur gezet om thee te maken, in de pauzes van de vele repetities die de (premature) Beatles in de achterkamer hadden. De plek waar She Loves You werd geschreven. Het waren de hoogtepunten van een aantal bijzondere dagen in de bakermat van The Beatles. Lopend door de stad genoten we bovendien van Mathew Street, The Cavern, het prachtig gerestaureerde havengebied met zijn moderne musea en de gemoedelijke sfeer.

Industrieel goud: Albert Dock


Liverpool bracht zoveel inspiratie voor het schrijven
Niet lang na mijn bezoek aan Liverpool, startte ik met het schrijven van mijn wekelijkse blogs. In de eerste maanden wijdde ik regelmatig een verhaal aan de bijzondere momenten die ik in Liverpool beleefde. Het is zoveel fijner en makkelijker om over plekken te schrijven als je er echt zelf geweest bent. Ik moet eerlijk toegeven dat het ook wel weer kriebelt om terug te gaan, met een nieuw wensenlijstje. Plaatsen die ik nog graag eens wil bezoeken, zijn onder andere de graven van Mary McCartney, Julia Lennon en Stuart Sutclifffe. Maar ook zou ik zo graag eens over de golfbaan van Allerton lopen, zoals John en Paul dat deden om elkaars huizen te bereiken. Of het (nog) kan, weet ik niet. De Casbah Coffee Club, eigendom van de moeder van Pete Best, waar The Beatles vaak speelden en muurschilderingen achterlieten, is eigenlijk een must-see.





Wordt vervolgd? En jullie?
Je leest het, ik ben nog lang niet klaar met Liverpool. Wat zijn jullie ervaringen met de stad? Willen jullie leuke tips of ervaringen met me delen? Zijn jullie zelf op bijzondere plekken geweest? En wat deed dat met je? Of maak je op dit moment plannen om voor de eerste keer te gaan? Blader dan beslist even terug naar mijn oudste blogjes. Voor de voorpret! Ik kijk uit naar jullie verhalen.

zaterdag 21 oktober 2017

Tweelingliedjes uit het oeuvre van The Beatles

Wanneer je de eerste tonen van de nieuwe single van je favoriete artiest of band bij verrassing op de autoradio hoort, weet je vaak direct dat het "die nieuwe single" moet zijn. Ook al ken je het nummer nog niet. Het zit 'm vaak in de sound, waardoor het nummer direct vertrouwd klinkt. Het kan me soms ook irriteren, als ik de nieuwste hit van een willekeurig artiest hoor. Wie zijn eigen werk bijna plagieert, doet een wat gemakzuchtige gooi naar nieuw succes, denk ik wel eens. Luister maar eens naar de nieuwe single van Marco Borsato. De conclusie mag zijn dat er, na al die jaren, écht niet meer inzit dan dit.


Nieuwe wegen bewandelen
Hoe zat dat bij The Beatles? Al waaierden de Fab Four in hun bestaan allerlei kanten op qua muziekstijlen en ontbrak het hen niet aan experimenteerdrift, er zijn Beatles-liedjes die erg dicht bij elkaar liggen. Qua thema, idee, qua sound of qua arrangement. Alsof ze elkaars tweelingliedje zijn. Het is onvermijdelijk in een muziekcarrière en ook niet erg. Zolang je als artiest of band ook voldoende nieuwe wegen bewandelt om het voor jezelf en de luisteraar interessant te houden. Dat deden The Beatles gelukkig volop. Haast als geen andere band dat kon.




Lennon had er een handje van
Hoe werkt zoiets? Ik denk dat het geen rocket science is. The Beatles waren niet alleen trendsetters maar ook trendvolgers. Ze werden vaak geïnspireerd door wat er in een bepaalde periode in de hitparade stond of overwaaide uit Amerika. Ook inspireerden Lennon en McCartney elkaar: kwam de één met een bepaald nummer, dan borduurde de ander daar in een nieuwe compositie op voort. Schrijvers kunnen in een zekere fase van hun carrière ook sterk in een bepaalde hoek zitten, waardoor ze vrij consequent in een bepaalde stijl schrijven. Lennon had daar sterk een handje van, al dan niet ingegeven door luiheid. In ieder geval levert het nummers op, die onderling sterk verwant zijn. Het leek me een interessante uitdaging om op zoek te gaan naar tweeling-liedjes in het oeuvre van onze favoriete band.


Michelle - Girl
Paul McCartney liep al jaren met het muzikale chanson-achtige thema van dit nummer onder de arm. Met getokkel en imitatie-Frans bleek het een perfecte verleidingsact voor de meisjes die zich om de groep heen bewogen. Toen Michelle in een verder uitgewerkte versie, met een smaakvol en warm akoestisch arrangement uiteindelijk in november '65 werd opgenomen voor het album Rubber Soul, had John Lennon een razendsnel antwoord paraat. Dat was Girl. Ook akoestisch, met diezelfde sterke folk-feel (al horen we hier Griekse invloeden in de solo). Beide nummers pasten perfect op het sterk akoestisch georiënteerde Rubber Soul-album. Gekoesterd door velen.




Drive My Car - Day Tripper
Midden jaren '60 kwam de Stax- en Motown-sound steeds vaker in de hitparades. The Beatles waren gek op deze muziekstijl. Ze namen platen mee uit Amerika en raakten behoorlijk geïnspireerd door de swingende zwarte sound. Daarin speelde de steeds sterker hoorbare baspartijen een belangrijke rol. Niet alleen kwam het basgeluid prominenter naar voren in de eindmix van een liedje, de bas speelde vaker een melodieuze lijn of een drijvende groove waar het hele nummer op leunde. Vaak werd deze groove unisono meegespeeld door één of meer gitaren. Zo ontstond er een hele andere sfeer die we ook direct terughoren in Drive My Car en Day Tripper. Ook deze twee nummers werden opgenomen in dezelfde week, waarbij Drive My Car op Rubber Soul terecht kwam en Day Tripper als losse single verscheen. Vergelijk de groove en de feel van de nummers.





It's Only Love - Being For The Benefit of Mr. Kite
Hier hebben we toch wel een ouderwets gevalletje plagiaat te pakken. De chromatisch omlaag lopende melodie die John Lennon tijdens zijn wintersportvakantie in '65 bedacht, hergebruikte hij (vermoedelijk per ongeluk) op zijn circus-act rond Mr. Kite voor het Sgt. Pepper-album in 1967. Luister maar eens naar de eerste regels van It's Only Love: I get high when I see you go by - en die van Mr. Kite: For the benefit of Mr. Kite, there will be a show tonight... De melodie brengt deze twee compleet verschillende nummers, uit zeer verschillende Beatlesperiodes wonderwel bij elkaar:  [filmpje]





This Boy - Yes It Is
Twee liedjes in een haast jaren '50-achtige Doowop-stijl, beide in 6(12?)/8e maat, die erg in elkaars verlengde liggen. Ook hier met Lennon aan het roer. De samenzang op beide nummers is werkelijk fenomenaal. Lennon, McCartney en Harrison konden uitstekend driestemmig zingen. Over Yes It Is zei John Lennon in een interview dat het een bewuste poging was om iets in de stijl van This Boy te schrijven. Gelukt dus, waarbij Yes It Is qua harmonieën haast nog interessanter is dan zijn voorganger. Lennon dacht er anders over en noemde zijn poging This Boy te herschrijven mislukt.





I'm A Loser - You've Got To Hide Your Love Away
Twee liedjes die gerekend worden tot John Lennons zogenaamde Dylan-periode. Akoestisch, introspectief en met meer aandacht voor de tekst dan de standaard liefdesliedjes die voordien uit Lennons pen rolden. The Beatles ontmoetten Bob Dylan midden jaren '60 en waren voordien al zeer onder de indruk van diens muziek, die ze vaak op de draaitafel legden. Luister eens naar deze interessante podcast over de relatie tussen Bob Dylan en The Beatles. Mooi luistervoer in twee delen: [geluid]



Child Of Nature - Mother Nature's Son
Beiden waren ze geïnspireerd door een lezing van de Maharishi, tijdens hun verblijf in diens ashram. Beiden schreven ze een nummer over de natuur, zittend in de zinderende hitte, gitaar op schoot. John Lennon bedacht Child Of Nature, dat heel goed op het eerstvolgende album The Beatles (ofwel: The White Album) terecht had kunnen komen, maar pas jaren later opdook (met andere tekst) als Jealous Guy op het succesvolle Imagine-album. McCartney's poging haalde de witte dubbelaar wel. Een wonderschoon klein liedje, verrijkt met een blaasarrangement. We gaan het binnenkort live horen bij de theatertournee van The Analogues. [filmpje]





Ondertussen denk ik verder na over welke tweelingliedjes er in het Beatles-oeuvre ik over het hoofd zie. Een zeer voor de hand liggende heb ik hier namelijk buiten beschouwing gelaten.















zaterdag 14 oktober 2017

Heart Of The Country: de inventiviteit van Paul McCartney

Voor sommige McCartney-liedjes heb ik ronduit een zwak. Een groot zwak zelfs. Het zijn doorgaans niet de hits, niet de nummers die iedereen kan meeneuriën, laat staan de liedjes die regelmatig voorbijkomen op de radio. Nee, bij van die speciale nummers heb ik het over de verborgen pareltjes die op Pauls albums terecht kwamen en die niet echt bekend zijn geworden bij het grote publiek. De nummers die hij schijnbaar moeiteloos schreef, als tussendoortje, maar waarvan je zou wensen dat je ze zelf had bedacht.





Zittend op de drempel van de boerderij
Deze week wil ik er graag eens zo'n relatief onbekend McCartney-nummer bij pakken. De die hard-fans kennen het natuurlijk, maar voor anderen die meelezen is het misschien een aardige kennismaking. De één noemt het een niemendalletje, de ander vindt het aanstekelijk en knap bedacht. Het heeft iets van allebei en daarom is het toch weer zo'n echte McCartney-vondst: Heart Of The Country. Paul zal het nummer ergens in '70 hebben geschreven, ongetwijfeld op zijn akoestische gitaar. Ik stel me hem voor, zittend op de drempel van zijn Schotse boerderij, gitaar op schoot. Het liedje gaat dan ook een beetje over de plek die hij al in 1966 kocht:

I look high
I look low
I'm lookin' everywhere I go
Lookin' for a home 
In the heart of the country

Minder belasting, meer privacy
Het huis dat de McCartneys in Campbeltown Schotland bewoonden, gaf hen meer privacy dan de stadse woning in Noord-Londen aan Cavendish Avenue, waarover ik onlangs schreef. Het was trouwens op aanraden van zijn financieel adviseur dat McCartney midden jaren '60 opnieuw in de buidel tastte om in vastgoed te investeren. Stukken slimmer dan het geld aan de belasting te betalen. Ook zijn toenmalige verloofde Jane Asher spoorde Paul aan om een plek te zoeken die hem (hen) echt rust bood tijdens de hectische jaren van de Beatlemania. Het afgelegen dorp op het schiereiland Kintyre bleek een uitstekend toevluchtsoord.



Paul en de paparazzi
Jane zou er niet vaak met Paul op High Park Farm komen. Het was Linda, met wie Paul uiteindelijk trouwde, die zich als een vis in het water voelde in de primitieve omstandigheden van de vervallen boerderij. Het huis lag buiten het dorp en de Schotse dorpelingen behandelden de McCartneys als gewone buren. Slechts een enkele keer wist een brutale reporter door te dringen tot de afgelegen boerderij van de ex-Beatle, hetgeen niet op veel sympathie van McCartney kon rekenen. In onderstaand filmpje zien we een poging, waarbij Paul met hond Martha van afstand gefilmd werd. Intimiderend, als je gewoon rust zoekt: [filmpje]



Peis en vree
Maar dit waren uitzonderingen. Meestal was het peis en vree op High Park Farm, bij de Mull of Kintyre waar het gezin zo graag verbleef. De Schotse hooglanden inspireerden Paul dan ook tot het schrijven van vele liedjes, waaronder Heart Of The Country. Wanneer ik het liedje hoor, zie ik de beelden voor me:

Want horse, I want sheep
I want to get me good night's sleep
Livin' in a home 
In the heart of the country

Schapen scheren in Schotland


Inventiviteit en muzikaliteit
Paul nam Heart Of The Country of 16 november 1970 in New York op. Daarbij kreeg hij hulp van twee sessiemuzikanten, Hugh McCracken op gitaar en Denny Seiwell op drums. Laatstgenoemde werd door Paul gestrikt voor de eerste versie van zijn band Wings. In The Big Apple, waar Lennon toen overigens nog niet was neergestreken, legde Paul met een aantal sessiemuzikanten de basis voor wat één van zijn meest geliefde solo-albums zou worden: RAM. Een knappe en afwisselende set nummers waar de inventiviteit en muzikaliteit van afspat. Na al die jaren klinkt de langspeler nog steeds heel fris. Het vrolijke Heart Of The Country past prima op de plaat.

De RAM-sessies in New York, eind 1970


Wie kan het mee (scat)zingen?
Heart Of The Country ligt goed in het gehoor en zit ogenschijnlijk eenvoudig in elkaar, maar schijn bedriegt. Roling Stone Magazine gaf het nummer de 26ste positie in de lijst met beste post-Beatles-songs van McCartney. Ook de prestigieuze All Music-website prijst McCartney met het imaginative and gorgeous arrangement dat Heart Of The Country kreeg. Zelf vind ik het één van de leukste en innemende nummers die hij schreef. Na het voornamelijk op gitaar gespeelde couplet, met een aantal mineur-akkoorden, switcht het gevoel in het refrein ineens naar een majeur-sfeer. De bas wordt stevig aangezet en het refrein gaat vervolgens over in een jazzy-sfeer met none-akkoord en een zeer interessant stukje scat-singing. Dit is één van de charmantste onderdelen van het vrolijke deuntje. Zoals we van McCartney gewend zijn, introduceert hij weer eens een lange melodielijn, die uitnodigt tot meezingen. Tot je 'm onder de knie hebt. Zeg eens eerlijk, wie kan hem helemaal meeneuriën? [filmpje]


zaterdag 7 oktober 2017

One two three four! Afwijkende maatpatronen in Beatlesnummers

Een paar weken geleden was Gijs Groenteman te gast in een uitzending van de Fab4Cast. Gijs, zelf groot Beatlesfan, raakte zo geïnspireerd door de manier waarop de mannen van de Fab4Cast het Beatlesoeuvre uitpluizen, dat hij zijn eigen reeks begon. Niet over The Beatles, maar over een ander fenomeen: Harry Bannink. In de uitzending Bannink, Beatles en Bonte Bespiegelingen bespreken Gijs, Michiel, Wibo en Jan Cees de parallellen in het werk van Bannink en The Beatles. Het leverde een originele podcast op, die ik met plezier beluisterde. Iets in die uitzending trok echter mijn aandacht, namelijk het fenomeen maatsoorten. Terloops noemen de heren dat Harry Bannink in zijn liedjes vaak afweek van de geijkte 3- en 4-kwartsmaten, omdat hij vaak muziek schreef op teksten die al af waren. Er was één Beatle die ook speelde met maatsoorten: John Lennon.


Balans tussen Lennon en McCartney
Al zaten John Lennon en Paul McCartney als jonge jongens vaak bij elkaar met hun gitaren om samen liedjes te schrijven, ze hadden elk een heel verschillende manier van componeren. In het oude werk van The Beatles hoor je dat nog niet zo, omdat het gouden duo elkaar goed in balans hield, vermoed ik. Als Lennon er even niet uitkwam, had McCartney wel een oplossing. Ontbrekende woorden, zinsneden, bruggetjes en intro's....samen polijstten John en Paul hun composities tot glimmend goud. Naarmate Lennon en McCartney meer individueel te werk gingen, werden de verschillen in hun manier van schrijven groter.




McCartney hoorde alles al in zijn hoofd
Bij Paul McCartney heb ik altijd het idee dat hij zijn liedjes vrij compleet in zijn hoofd had. Wie demo's en vroege opnames van McCartney-composities hoort, hoort tevens een zelfverzekerde componist die alvast bepaalde structuren aangeeft en melodieën neuriet die later in de arrangementen terugkomen. Denk aan de 24 maten in A Day In The Life die leeg werden gelaten voor "iets spectaculairs", denk aan de partijen in Penny Lane en She's Leaving Home. McCartney hoorde al een boel in zijn hoofd en had alleen iemand nodig die zijn ideeën op papier kon zetten voor een trompettist, harpist of een heel orkest. Al snoepte hij er bijvoorbeeld in Martha My Dear een paar tellen bij, McCartneys nummers bevatten weinig onregelmatige maatsoorten.




Lennon werkte meer intuïtief
Als we naar de nummers luisteren die Lennon in de nadagen van The Beatles schreef, lijkt het alsof er vooral ideeën en teksten waren, waar John de muziek nog omheen moest bouwen. En daar kom ik op het punt van maatsoorten. Want wie eerst teksten schrijft en daar tevreden over is, komt ritmisch en qua metrum niet altijd weg met de geijkte maatstructuren van de popmuziek. Dat overkwam Lennon, al maalde die er niet om. Voor een creatieve drummer als Ringo Starr, waren Johns ritmische capriolen geen probleem. En omdat Ringo altijd in dienst van het liedje drumde, loodste hij de luisteraar feilloos door Lennons landschap.



In welke nummers deed John dat?
Over welke nummers hebben we het? Ik heb geprobeerd er een aantal te verzamelen, maar ik zou het leuk vinden als jullie me aan kunnen vullen. In All You Need is Love bestaan de coupletten uit 29 slagen die verdeeld zijn in twee 7/4e maten, eenmaal een 8/4e maat en dan weer een 7/4e. In het refrein komt de regelmaat terug met een 4/4-patroon, met uitzondering van de laatste maat die 6 tellen bevat ("love is all you need"). Ringo moest hier ongetwijfeld zijn kop wel even bijhouden tijdens het spelen: [filmpje]




Happiness Is A Warm Gun
Een ander kunststukje is Happiness Is A Warm Gun waarin 2/4e, 3/4e en 4/4e maatsoorten elkaar continu opvolgen. Bovendien wordt hier de polymeter-techniek toegepast, waarbij twee maatsoorten tegelijkertijd worden gebruikt. Het was daarom geen eenvoudig nummer om op te nemen. Na 15 studio-uren en 95 takes was de band tevreden: [filmpje]



De zeven secties van Good Morning Good Morning
Wie Good Morning Good Morning van het Sgt. Pepper-album wel eens vrolijk op tafel meetikt, is er vast al eens achtergekomen dat ook in dat nummer ritmisch gezien hele gekke dingen gebeuren. Misschien is het leuk om hier even de structuur van het nummer vanuit Wikipedia in te sluiten. Dat zegt alles over de 7 stukken waarin het liedje verdeeld is:

A: 4,4,4,4,4 (introduction: five bars, 20 beats)
B: 5,5,5,3,4,5,4,3,3,4,4 (eleven bars, 44 beats)
C: 5,5,5,3,4,4,4,4,4,4 (contains refrain: ten bars, 42 beats)
B: 5,5,5,3,4,5,4,3,3,4,4 (eleven bars, 44 beats)
C: 5,5,5,3,4,4,4,4,4,4 (contains refrain: ten bars, 42 beats)
B: 5,5,5,3,4,5,4,3,3,4,4 (eleven bars, 44 beats)

A: 4,4,4,4,4,4 (end: six bars, 24 beats, with fade out bar)

Met de geïsoleerde drum-track van het nummer kun je dus bovenstaand schema meetellen: [filmpje]




Here Comes The Sun
Natuurlijk mogen we het huzarenstukje dat George Harrison uithaalde in Here Comes The Sun hier ook niet vergeten. Waar Lennon zijn maatsoorten intuïtief omgooide, deed George Harrison het bewust. Tijdens het Sun, sun, sun, here it comes-thema gaat de vierkwartsmaat op de kop en komt er een 11/8, 4/4, 7/8-structuur om de hoek kijken. We spelen dit mooie nummer ook met mijn bandje de Dames van Adel en inmiddels zit dit er goed in, maar wie het liedjes niet zijn DNA heeft zitten, moet er even aan wennen. Ringo Starr vertelde in de mooie documentaire Living In The Material World hoe hij zelf even zijn weg moest vinden met dit door Harrison ingebrachte Indiase ritme: [filmpje]



Dit zijn de nummers die mij te binnen schoten bij het denken aan afwijkende maatpatronen in Beatlesnummers. Welke ben ik vergeten? Vullen jullie me aan?